Houtkap - Potong pohon

 
Indonesische houtkapDe tropische wouden van Indonesië behoren tot de grootste ter wereld, na die van Brazilië en Congo. Maar milieuactivisten vrezen dat die derde plaats wel eens snel zou kunnen verloren gaan door de illegale houtkap, die op sommige plaatsen zelfs gebeurt met de steun van militairen. De Indonesische bossen vertegenwoordigen 10 procent van alle bos op aarde. Maar de afgelopen drie jaar zijn zij tegen een alarmerend tempo geslonken met 2,4 tot 3 miljoen hectaren per jaar, een oppervlakte zo groot als België. Volgens het Indonesische Milieuforum Walhi is dat het hoogste ontbossingscijfer ter wereld. Experts vrezen dat er over vijftien jaar niets meer zal overblijven van de oerbossen in Indonesië.
 
Illegale houtkap
 
Het verdwijnen van het Indonesische bos is gedeeltelijk te wijten aan legale houtwinning. Maar de versnelde decimering komt vooral voort uit de sterk toegenomen illegale houtkap. Vorig jaar is naar schatting 30 miljoen kubieke meter hout op illegale wijze gekapt. In het verleden was dat maar 15 tot 20 miljoen. Een recent rapport van het Indonesisch-Britse Programma voor Tropisch Bosbeheer stelt dat de illegale houtkap elk jaar 32 miljoen kubieke meter oplevert, tegenover de 29,5 miljoen kubieke meter van de officiële houtproductie. Dat komt overeen met 800.000 hectaren illegaal gekapt bos per jaar. Mubariq Ahmad, directeur van het Indonesisch Instituut voor Ecolabels LEI, zegt dat de illegale houtkap de laatste twee jaar niet meer zo heimelijk gebeurt. Er wordt heel wat geplunderd in de bossen en de ordediensten durven daar niet tegen op te treden. Dat komt volgens hem doordat er ook militairen bij betrokken zijn. Zij steunen de illegale houtkap en het ministerie van Bosbouw en Planning kan daar niets tegen beginnen. Het is algemeen bekend en bewezen dat verschillende ordediensten -ook het leger- een oogje dichtknijpen voor de illegale houtwinning, zelfs in nationale parken zoals het Gunung Leuser Nationaal Park in Aceh. In sommige gevallen zijn militairen zelfs actief betrokken bij de houtkap.
 
Foute inschatting
 
Indonesische houtkapDe Bosbouwwet uit 1967 -die werd gewijzigd in Bosbouwwet nr. 41 van 1999- en het regeringsbesluit nr. 21 vormen de wettelijke basis voor het systeem van de houtkapconcessies. Maar volgens deskundigen gaan die wetten uit van een foute inschatting van de grootte van de verschillende bostypes. Volgens critici is ook de regeneratiesnelheid van de bossen verkeerd ingeschat. Daardoor is het Indonesische concessiesysteem dertig jaar lang verantwoordelijk geweest voor een massale vernietiging van het bos. De Bosbouwwet uit 1967, waarin de regering het hele bosareaal als staatsbos bestempelde, was het begin van de grootschalige commerciële houtkap in Indonesië. Ook de plantage-industrie zet de natuurlijke bossen onder druk, om tegemoet te komen aan de toenemende vraag van de industrie naar hout en palmolie. De afgelopen tien jaar is de oppervlakte van de oliepalmplantages gegroeid met ongeveer 22 procent en die van de rubberplantages met 2 procent. Sinds de jaren '60 heeft de regering de aanleg van oliepalmplantages aangemoedigd om de exportinkomsten op te drijven, om te voldoen aan de binnenlandse vraag naar keukenolie en om werkgelegenheid te verschaffen. Er worden steeds meer vergunningen afgeleverd om bossen om te vormen tot plantages. Sinds de Aziatische crisis in 1997 heeft de Indonesische regering enkele beslissingen genomen die de teloorgang van de natuurlijke bossen nog hebben versneld. Het gaat onder meer om een verminderde belasting op palmolie, het bevorderen van buitenlandse investeringen in de palmoliesector en het reserveren van 30 procent van de staatsbossen voor de omvorming tot oliepalmplantages.
 
logo onder algemeen 7